Faalangsttraining

Drie keer per jaar bieden we een training aan:

1. In het voorjaar voor klas 1

2. In de eerste periode voor klas 2/3

3. In de eerste periode voor de bovenbouw

 

1. Opzet BOF-TRAINING klas 1 (Bewust Omgaan met Faalangst)

Doel:

Inzicht geven in (faal)angst, handvatten aanreiken om meer en beter grip te krijgen op (faal)angst.

Voor wie:

Maximaal 10 leerlingen uit klas 1. Mocht iemand voorbij de helft van het jaar toch graag mee willen doen en de training heeft al een aantal keren plaats gevonden, dan kan in overleg besloten worden om deze leerling het jaar erop mee te laten doen met de nieuwe groep.

Wanneer:

8 á 10 lesuren. De training vindt plaats op wisselende lesuren, zodat de leerlingen niet telkens dezelfde lessen moeten missen. De training start in februari.

Aanmelding:

Aanmelding geschiedt door de mentor in overleg met ouders en leerling n.a.v. de uitslagen van de School Vragen Lijst die alle leerlingen uit klas 1 in oktober invullen. De mentoren bespreken de uitslagen met de teamleider. Ook kunnen opmerkingen en bevindingen van docenten en ouders aanleiding zijn tot aanmelding. In december geeft de teamleider de definitieve aanmeldingen door aan de begeleider. 

Na aanmelding:

In januari start de begeleider met gesprekken met de aangemelde leerlingen. Deze gesprekken zorgen ervoor dat er een compleet beeld ontstaat van de aangemelde leerling. De begeleider besluit of deelname wenselijk is. Zo ja, dan krijgt de leerling een schriftelijke uitnodiging mee. Mochten er nog vragen zijn, dan kunnen ouders altijd nog contact opnemen met de begeleider. Mocht deelname toch niet wenselijk zijn, dan overlegt de begeleider met de mentoren/teamleider. In de schriftelijke uitnodiging staan de belangrijkste gegevens over plaats, data en inhoud van de training. De begeleider zet in Magister een verslag van het gesprek en of deelname aan de training wel of niet wenselijk is.

Inhoud training:

We starten met kennismaken. Er moet een gevoel van veiligheid gecreëerd worden, door duidelijke afspraken met elkaar te maken. We vertellen elkaar wie we zijn, waarom we hier zijn en wat we graag willen leren, of wat we moeilijk vinden. We bespreken een stukje achtergrond over wat (faal)angst nou precies is en waar het vandaan komt.

Dan bespreken we de theorie van het G-denken. We hebben bij een gebeurtenis gedachten en gevoelens. We creëren inzicht in het feit dat niet de gebeurtenis zelf maakt dat we faalangst ervaren. Dat komt door onze gedachten die we hebben bij een gebeurtenis. De kunst is om irreële en niet-helpende gedachten om te kunnen zetten naar reële en helpende gedachten. Aan de hand van situaties die de leerlingen zelf inbrengen, oefenen we dit G-denken. Dat doen we met de hele groep en in kleine groepjes of tweetallen. Leerlingen brengen telkens situaties in die voor hen spanning opriepen.

We bespreken en oefenen hoe je aan de hand van simpele oefeningen leert een lastige situatie te overzien en bewustzijn creëert van je eigen invloed op de situatie

We oefenen en bespreken vervolgens manieren om te kunnen ontspannen. Uitgangspunt is dat wat voor de één misschien wel werkt, voor de ander misschien wel niet werkt. Leerlingen krijgen inzicht in wat voor hen een fijne manier is om te kunnen ontspannen.

We oefenen en bespreken studietips. Vaak zorgt een verkeerde studiehouding voor stress en spanning. Een goede planning en een goede leermethode is van essentieel belang. Ook hier gaat het erom dat de leerlingen inzicht krijgen in wat voor hen het beste werkt.

We sluiten af met een evaluatie van de training en met “een berg goede dingen”. Soms is deze evaluatie individueel, maar meestal met elkaar. Leerlingen kunnen aan het einde vaak heel goed reflecteren op elkaar en zichzelf.

Afronding:

De begeleider maakt voor elke leerling een verslag en zet dat in Magister. Ouders krijgen het verslag per mail. Indien gewenst kunnen ouders contact opnemen met de begeleider.

Begeleider:

mw. Tennekes (tsm@groevenbeek.nl)

 

 

2. Opzet BOF-TRAINING klas 2/3 (Bewust Omgaan met Faalangst)

Doel:

Inzicht geven in (faal)angst, handvatten aanreiken om meer en beter grip te krijgen op (faal)angst.

Voor wie:

Maximaal 10 leerlingen uit klas 2/3. Voor hulp bij (faal)angst buiten de training om moet er in overleg met de zorgcoördinator bekeken worden of er mogelijkheden zijn. 

Wanneer:

+/- 5 lesuren. De training vindt plaats op wisselende lesuren, zodat de leerlingen niet telkens dezelfde lessen moeten missen. De training start in de eerste periode.

Aanmelding:

Aanmelding geschiedt door de mentoren n.a.v. de driehoeksgesprekken met ouders aan het begin van het schooljaar. De mentoren geven de namen uiterlijk in week 38 door aan de begeleider en de zorgcoördinator, mw. Elskamp epj@groevenbeek.nl

Na aanmelding:

De begeleider heeft een intakegesprek/kennismakingsgesprek met de aangemelde leerlingen. Deze gesprekken zorgen ervoor dat er een compleet beeld ontstaat van de aangemelde leerling. De begeleider besluit of deelname wenselijk is. Mocht deelname toch niet wenselijk zijn, dan overlegt de begeleider met de mentoren/teamleider. De begeleider zet in Magister een verslag van het gesprek en of deelname aan de training wel of niet wenselijk is.

Inhoud training:

We starten met kennismaken. Er moet een gevoel van veiligheid gecreëerd worden, door duidelijke afspraken met elkaar te maken. We vertellen elkaar wie we zijn, waarom we hier zijn en wat we graag willen leren, of wat we moeilijk vinden. We bespreken een stukje achtergrond over wat (faal)angst nou precies is en waar het vandaan komt.

Dan bespreken we de theorie van het G-denken. We hebben bij een gebeurtenis gedachten en gevoelens. We creëren inzicht in het feit dat niet de gebeurtenis zelf maakt dat we faalangst ervaren. Dat komt door onze gedachten die we hebben bij een gebeurtenis. De kunst is om irreële en niet-helpende gedachten om te kunnen zetten naar reële en helpende gedachten. Aan de hand van situaties die de leerlingen zelf inbrengen, oefenen we dit G-denken. Dat doen we met de hele groep en in kleine groepjes of tweetallen. Leerlingen brengen telkens situaties in die voor hen spanning opriepen.

We bespreken en oefenen hoe je aan de hand van simpele oefeningen leert een lastige situatie te overzien en bewustzijn creëert van je eigen invloed op de situatie. 

We oefenen en bespreken vervolgens manieren om te kunnen ontspannen. Uitgangspunt is dat wat voor de één misschien wel werkt, voor de ander misschien wel niet werkt. Leerlingen krijgen inzicht in wat voor hen een fijne manier is om te kunnen ontspannen.

We oefenen en bespreken studietips. Vaak zorgt een verkeerde studiehouding voor stress en spanning. Een goede planning en een goede leermethode is van essentieel belang. Ook hier gaat het erom dat de leerlingen inzicht krijgen in wat voor hen het beste werkt.

Afronding:

De begeleider maakt voor elke leerling een verslag en zet dat in Magister. Indien gewenst kunnen ouders contact opnemen met de begeleider.

Begeleider:

mw. Tennekes (tsm@groevenbeek.nl)

 

 

3. Opzet BOF-TRAINING bovenbouw (Bewust Omgaan met Faalangst)

Doel:

Inzicht geven in (faal)angst, handvatten aanreiken om meer en beter grip te krijgen op (faal)angst.

Voor wie:

Maximaal 10 leerlingen uit klas 2/3. Voor hulp bij (faal)angst buiten de training om moet er in overleg met de zorgcoördinator bekeken worden of er mogelijkheden zijn. 

Wanneer:

+/- 5 lesuren. De training vindt plaats op wisselende lesuren, zodat de leerlingen niet telkens dezelfde lessen moeten missen. De training start in de eerste periode.

Aanmelding:

Aanmelding geschiedt door de mentoren n.a.v. de driehoeksgesprekken met ouders aan het begin van het schooljaar. De mentoren geven de namen uiterlijk in week 38 door aan de begeleider en de zorgcoördinator, mw. Elskamp epj@groevenbeek.nl

Na aanmelding:

De begeleider heeft een intakegesprek/kennismakingsgesprek met de aangemelde leerlingen. Deze gesprekken zorgen ervoor dat er een compleet beeld ontstaat van de aangemelde leerling. De begeleider besluit of deelname wenselijk is. Mocht deelname toch niet wenselijk zijn, dan overlegt de begeleider met de mentoren/teamleider. De begeleider zet in Magister een verslag van het gesprek en of deelname aan de training wel of niet wenselijk is.

Inhoud training:

We starten met kennismaken. Er moet een gevoel van veiligheid gecreëerd worden, door duidelijke afspraken met elkaar te maken. We vertellen elkaar wie we zijn, waarom we hier zijn en wat we graag willen leren, of wat we moeilijk vinden. We bespreken een stukje achtergrond over wat (faal)angst nou precies is en waar het vandaan komt.

Dan bespreken we de theorie van het G-denken. We hebben bij een gebeurtenis gedachten en gevoelens. We creëren inzicht in het feit dat niet de gebeurtenis zelf maakt dat we faalangst ervaren. Dat komt door onze gedachten die we hebben bij een gebeurtenis. De kunst is om irreële en niet-helpende gedachten om te kunnen zetten naar reële en helpende gedachten. Aan de hand van situaties die de leerlingen zelf inbrengen, oefenen we dit G-denken. Dat doen we met de hele groep en in kleine groepjes of tweetallen. Leerlingen brengen telkens situaties in die voor hen spanning opriepen.

We bespreken en oefenen hoe je aan de hand van simpele oefeningen leert een lastige situatie te overzien en bewustzijn creëert van je eigen invloed op de situatie. 

We oefenen en bespreken vervolgens manieren om te kunnen ontspannen. Uitgangspunt is dat wat voor de één misschien wel werkt, voor de ander misschien wel niet werkt. Leerlingen krijgen inzicht in wat voor hen een fijne manier is om te kunnen ontspannen.

We oefenen en bespreken studietips. Vaak zorgt een verkeerde studiehouding voor stress en spanning. Een goede planning en een goede leermethode is van essentieel belang. Ook hier gaat het erom dat de leerlingen inzicht krijgen in wat voor hen het beste werkt.

Afronding:

De begeleider maakt voor elke leerling een verslag en zet dat in Magister. Indien gewenst kunnen ouders contact opnemen met de begeleider.

Begeleider:

mw. Van Asselt (ata@groevenbeek.nl)